Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Inleiding

Inleiding

We werken aan een gemeente waar het goed wonen, werken en leven is, nu en in de toekomst. De opgaven binnen Programma 1 raken direct aan de leefomgeving van onze inwoners. De opgaven zijn: voldoende passende woningen, duurzame energie, veilige bereikbaarheid, minder afval, sterke kernen en een vitaal buitengebied.

De komende jaren staan in het teken van uitvoering, keuzes maken en samenwerken. Veel opgaven zijn langjarig en vragen om een zorgvuldige balans tussen ambities, beschikbare middelen, wettelijke taken en ontwikkelingen in de samenleving. In 2027 zetten we daarom verdere stappen in planvorming, uitvoering en monitoring. Zo houden we zicht op de voortgang en kunnen we bijsturen waar dat nodig is.

Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid

We werken aan een gemeente die verkeersveilig, duurzaam, leefbaar en goed bereikbaar is. Het Mobiliteitsplan Oude IJsselstreek 2025-2040 vormt hiervoor de basis. In 2027 zetten we stappen in veilige weginrichting, betere fietsverbindingen, bereikbare kernen en de aanpak van verkeersveiligheidsknelpunten. Ook werken we aan betere afstemming tussen openbaar vervoer en doelgroepenvervoer. En stimuleren we duurzame mobiliteit, onder meer via fietsvoorzieningen en laadinfrastructuur.

Een afvalvrije gemeente

We werken toe naar een circulaire en afvalvrije gemeente in 2050. Met het beleidsplan Van Afval Naar Grondstof (VANG) 2022-2030 zetten we in op minder restafval, betere afvalscheiding en meer hergebruik van grondstoffen. In 2027 ligt de nadruk op kwaliteitsverbetering van afvalstromen. Daarbij blijven milieu, kosten en service steeds in balans.

Een thuis voor iedereen

We willen dat verschillende doelgroepen in onze gemeente een passende woning en een echt thuis kunnen vinden. Onze ambitie is om tussen 2025 en 2036 2.500 nieuwe woningen te bouwen. In 2027 gaan we verder met uitleglocaties, inbreidingslocaties en de voorbereiding van nieuwe woningbouwlocaties. Ook stellen we een Volkshuisvestingsprogramma op, waarin we vastleggen waar, hoeveel en voor wie we bouwen.

Een vitaal buitengebied

Het buitengebied is belangrijk voor landbouw, natuur, landschap, wonen, water en vrijetijdseconomie. Met het programma Vitaal buitengebied vertalen we landelijke, provinciale en regionale opgaven naar onze lokale situatie. In 2027 werken we aan een programmavisie, een programmaplan en een participatieaanpak. Daarnaast gaan we verder met onder meer de Aanpak Droogte, landschapsversterking, vergroten biodiversiteit en realiseren van de boscompensatie opgave.

Klimaatadaptieve groene kernen

We werken aan gezonde, veilige en aantrekkelijke kernen die beter bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast. Op basis van vastgestelde streefwaarden weten we waar in bestaand bebouwd gebied de grootste opgaven liggen. In 2027 werken we de Klimaatagenda verder uit tot een gemeentelijk programma klimaatadaptatie. Daarmee bepalen we welke doelen, prioriteiten en maatregelen nodig zijn om onze kernen stap voor stap klimaatbestendiger te maken.

Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken

We zetten in op minder fossiel energiegebruik, meer energiebesparing en meer duurzame energieopwekking. In 2027 werken we verder aan het verduurzamen van woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed en onze eigen gemeentelijke gebouwen. Ook bereiden we stappen voor richting aardgasvrij wonen en bouwen. Daarnaast blijven we werken aan duurzame opwek, binnen de regionale afspraken.

Omgevingsvisie

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wetten voor de fysieke leefomgeving. Gemeenten moeten hierdoor werken aan één integrale omgevingsvisie en één omgevingsplan.
De omgevingsvisie is het langetermijnplan van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij om alles wat we om ons heen zien en ervaren: wonen, werken, verkeer, milieu, water, natuur, erfgoed en gezondheid. Medio 2026 is de startnotitie voor de omgevingsvisie vastgesteld. In 2027 en 2028 gaan we aan de slag met een omgevingsanalyse en koersdocument om te komen tot een omgevingsvisie. Stapsgewijs werken we dan toe naar één omgevingsplan voor het hele grondgebied in 2032, beginnend met de kernen.

Netcongestie

Het elektriciteitsnet zit op veel plekken vol. Daardoor kunnen bedrijven, voorzieningen en soms woningbouwprojecten niet altijd op tijd worden aangesloten. De situatie is structureel veranderd. Onbeperkte netcapaciteit is niet meer vanzelfsprekend.

Het Rijk kiest voor een nieuwe fase: sneller bouwen én slimmer gebruiken. Dat betekent versnelling van energie-infrastructuur, meer regie, kortere procedures, betere benutting van bestaande netten, flexibele contracten, tijdsafhankelijke nettarieven en meer inzet van flexibiliteit bij huishoudens en bedrijven.

Voor woningbouw wordt netcapaciteit een vroeg ruimtelijk en planologisch aandachtspunt. Als gemeente moeten wij vanaf 1 oktober 2026 al tot 10 jaar vóór oplevering netcapaciteit aanvragen voor geplande woningbouw. Projecten moeten beter worden gefaseerd en voorbereid, met inzicht in benodigde capaciteit. Tegelijk blijft risico bestaan op vertraging als lokale netten niet tijdig worden verzwaard. Netbewuste nieuwbouw en tijdige afstemming met netbeheerders is dus essentieel!

Voor bedrijven komen er meer routes dan alleen “wachten op volledige aansluiting”.  Beschikbaarheid blijft echter sterk afhankelijk van locatie en flexibiliteit in het energiegebruik.

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties

1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties - 1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid

Doelomschrijving

Een leefbare, duurzame, verkeersveilige en goed bereikbare gemeente voor alle verkeersdeelnemers, zowel binnen onze gemeente als in de aansluiting op onze regio.

Termijn Lang
Primair SDG doel
Secundaire SDG doelen
Portefeuillehouder(s) wethouder Spijkers
Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer

Context

Mobiliteit is een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Duurzame mobiliteit draagt bij aan een goede balans tussen leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid. Onze ambities zijn, binnen de kaders van Rijks-, provinciaal- en regionaal beleid, uitgewerkt in het Mobiliteitsplan Oude IJsselstreek 2025-2040.  Dit is in 2025 vastgesteld. Het mobiliteitsplan bevat een brede visie op mobiliteit, vertaald naar concrete ambities en maatregelen.

Het mobiliteitsplan laat zien hoe de gemeente ook in de toekomst bereikbaar, leefbaar, aantrekkelijk en veilig blijft voor inwoners, werknemers, bedrijven en bezoekers. Daarbij houden we rekening met ontwikkelingen zoals woningbouw, economische groei en aanpassingen aan de infrastructuur. De gewenste netwerken voor fietsers, gemotoriseerd verkeer en vrachtverkeer uit het mobiliteitsplan, zijn de basis voor nieuwe projecten en reconstructies.

Ook de komende jaren blijven we investeren in verkeersveiligheid, met speciale aandacht voor de omgeving van scholen, sport- en speelplekken. Daarnaast stimuleren we duurzame mobiliteit door te investeren in goede fietspaden, goed openbaar vervoer en door onze kernen zo in te richten dat mensen zich er prettig voelen. 

De financiële opgave die hieruit voortvloeit voor de periode 2026-2029 is groot. Het mobiliteitsplan uitwerken en uitvoeren vraagt financiële inzet van Rijk, provincie, regio en van onze eigen gemeente. We werken hierbij samen met partners, maken gebruik van beschikbare subsidies en combineren werkzaamheden waar mogelijk. Onzeker hierbij zijn de wereldwijde ontwikkelingen die zorgen voor prijsveranderingen. Deze hebben mogelijk invloed op de uitvoering van de werkzaamheden.

Duurzaam energieverbruik is ook een onderdeel van de mobiliteitsopgave. We nemen op dit moment deel aan een gezamenlijke (landelijke) concessie voor het plaatsen, beheren en onderhouden van openbare laadpalen. Binnen deze concessie werken we samen met een gecontracteerde laadpaalexploitant. Deze samenwerking biedt de mogelijkheid om samen oplossingen te ontwikkelen voor de uitdagingen. Zoals netcongestie, het afstemmen van de uitrol van laadinfrastructuur op de beschikbare netcapaciteit en het stimuleren van innovatieve laadoplossingen. 
 

Uitvoering 2027

Subdoel Het uitvoeren van maatregelen uit het mobiliteitsplan die prioriteit hebben gekregen.
Prestaties

Onderzoek naar de inrichting van de Debbeshoek, Frank Daamenstraat en Dr. Ariënsstraat in Ulft als gebiedsontsluitingsweg 30 km/u (GOW30) . 

In Terborg en Silvolde onderzoeken we de toekomstige inrichting van de doorgaande wegen. Het betreft de geprioriteerde maatregelen voor de Doetinchemseweg en Silvoldseweg in Terborg en de Ulftseweg, Markt en Terborgseweg in Silvolde. Doel is om de wegvakken, met uitzondering van de Markt, in te richten als gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u (GOW30). 

We voeren variantenstudies uit naar onder andere een mogelijke zuidelijke rondweg Silvolde.  Deze studie geeft inzicht in de mogelijkheden en onmogelijkheden van verschillende tracés. De studie vormt de basis voor een besluit voor een eventueel vervolg. Indien nodig bereiden we voor de daadwerkelijke uitvoering een afzonderlijk financieringsvoorstel voor.

In 2026 is een onderzoek gestart naar de verbetering van het utilitaire fietspadennetwerk en de verkeersveiligheid rondom voorziening. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, gaan we vanaf 2027 aan de slag met de uitvoering. De kosten maken we inzichtelijk op basis van het lopende onderzoek.

Subdoel De aanpak van kleine verkeersveiligheidsknelpunten.
Prestaties

Op een aantal plekken in de gemeente, bijvoorbeeld waar we een hogere snelheid hebben gemeten, voeren we verkeersveiligheidsmaatregelen. Onder andere op de Kapelweg en de Miltseweg.

Subdoel

Verschillende vormen van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer beter op elkaar afstemmen.

Prestaties

Uitwerken van een openbaar vervoer-pilot in samenwerking met ZOOV, Arriva, provincie Gelderland en Regio Deal. Doel is een betere afstemming tussen openbaar vervoer en doelgroepenvervoer, inclusief inzicht in kosten en vervolgstappen.

Subdoel Uitvoeren van Integraal Toekomstbeeld Varsseveld 2050.
Prestaties

In 2027 bereiden we de plannen voor van de mobiliteitsopgaven voor Varsseveld. In december 2025 is hiervoor een financieringsbesluit genomen. De verwachting is dat we de plannen niet voor 2028 uitvoeren.  

Monitoring
De genoemde opgaven uit het Mobiliteitsplan zijn in de tijd weggezet. Hiermee kunnen we per onderdeel bepalen wie, wanneer bepaalde ontwikkelingen oppakt. Daarnaast kunnen we zien wat de voortgang is voor wat betreft realisatie en financiële inzet. Voor de overige opgaven hangt monitoring af van de maatregelen die voortkomen uit de verschillende studies.

1.2 Een afvalvrije gemeente

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties - 1.2 Een afvalvrije gemeente

Doelomschrijving

In 2050 is de gemeente circulair (en afvalvrij). In 2030 willen we als tussenstap de afvallast beperkt hebben tot 25 kilogram per jaar/ per inwoner. 

Termijn Lang
Primair SDG doel
Secundaire SDG doelen
Portefeuillehouder(s) wethouder Hunting
Taakveld 7.3 Afval

Context

Voor het behalen van deze ambitie was een wezenlijk nieuwe strategie nodig. Met het beleidsplan VANG (Van Afval Naar Grondstof) 2022-2030 werken we als gemeente toe naar een toekomst met zo min mogelijk (huishoudelijk) afval. De keuzes in het beleidsplan zijn gemaakt op basis van de driehoek milieu, kosten en service: 

  • Milieu: we verminderen de hoeveelheid grof en fijn restafval; 

  • Kosten: we gaan efficiënt om met mensen en middelen en werken hard om de kosten van het afvalbeheer voor onze inwoners zo laag mogelijk te houden. We werken volgens het principe 'de vervuiler betaalt'. 

  • Service: we verhogen onze dienstverlening voor de herbruikbare grondstoffen en beperken onze dienstverlening voor het restafval. We vinden het belangrijk dat de meeste inwoners (zeer) tevreden blijven over de manier waarop we de grondstoffen inzamelen. Waar nodig passen we maatwerk toe om onze inwoners te ontzorgen. 

 

Sinds februari 2025 is de Europese Verordening voor Verpakkingen en Verpakkingsafval van kracht. Deze heeft als hoofddoel de milieu-impact van verpakkingen drastisch te verminderen zonder de interne EU-markt te verstoren. De wetgeving legt strengere eisen op aan bedrijven om verpakkingsafval te reduceren, hergebruik te stimuleren, plasticvervuiling te bestrijden en gebruik van nieuwe grondstoffen te beperken.

De VNG en Verpact (de uitvoeringsorganisatie voor de producentenverantwoordelijkheid) sloten samen een nieuwe overeenkomst, “Samenwerkingsovereenkomst verpakkingen 2025-2030” voor de inzameling en verwerking van kunststofverpakkingen. Met deze overeenkomst zetten ketenpartners en gemeenten een belangrijke stap naar een circulaire economie, waarin elke lege verpakking opnieuw als grondstof kan worden gebruikt. De afspraken richten zich niet alleen op méér inzameling, maar vooral ook op een betere kwaliteit van het ingezamelde materiaal. Dat maakt hoogwaardige recycling mogelijk.

Vanaf 1 januari 2027 betalen de afvalverbrandingsovens meer CO2  belasting en deze tarieven lopen per jaar op. Als afvalverbrandingsinstallaties meer belasting gaan betalen, is het aannemelijk dat zij de kosten grotendeels door berekenen aan degenen die het afval komen brengen. Dat zijn bedrijven en gemeenten. Daardoor wordt het nog belangrijker om weinig afval over te houden. 

In het voorjaar van 2026 hebben we een tussentijdse (2022-2025) evaluatie van het VANG-beleid uitgevoerd. Hieruit blijkt dat dit beleid effectief is. Met name de tariefstelling voor restafval, welke in 2024 is ingevoerd, heeft geleid tot een daling van de hoeveelheid restafval per inwoner. Ook blijkt dat veel inwoners hun afval zorgvuldig scheiden. Het doel van 50 kilo restafval per inwoner in 2025 is nog niet bereikt, maar er is een duidelijke positieve trend. In de tussentijdse evaluatie hebben we mogelijke vervolgstappen opgenomen. 

 

Uitvoering 2027

Subdoel Kwaliteitsverbetering van afvalscheiding 
Prestaties Uitvoeren van het plan van aanpak (eind 2026) dat is opgesteld naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie. Maatregelen die hierin staan genoemd zijn onder andere onderzoeken van de mogelijkheden van nascheiding (conform het coalitieprogramma) en het verbeteren van de kwaliteit van de pbd afvalstroom (plastic, blik en drankverpakkingen).
Subdoel Tegengaan van voedselverspilling
Prestaties We stellen een plan van aanpak op om voedselverspilling verder te verminderen en voeren dit plan van aanpak (deels) uit.
Subdoel  Gedragsverandering stimuleren 
Prestaties We intensiveren "gedragsgestuurde" voorlichtingscampagnes. Denk hierbij aan het versterken van de sociale normen en het bouwen aan gezamenlijke verantwoordelijkheidskaders als onderdeel van de bovenstaande subdoelen.

Monitoring

We monitoren de voortgang op ons doel door bij te houden hoeveel restafval we verwerkt hebben. Op basis van de afvalsorteeranalyse uit Q4 van 2024 weten we hoeveel grondstoffen nog in het restafval zitten. Vanuit onze nieuwe overeenkomst met Verpact zijn in 2026 sorteeranalyses gedaan op ons pbd-afval. Bekeken is wat de hoeveelheid stoorstoffen (oftewel geen pbd) is in deze grondstof. 

Als we bijsturen kijken we altijd naar de driehoek: milieu, kosten en service. 

1.3 Een thuis voor iedereen

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties - 1.3 Een thuis voor iedereen

Doelomschrijving
Een passende woning en thuis realiseren voor de verschillende doelgroepen in onze gemeente.

Termijn Lang
Primair SDG doel
Secundaire SDG doelen
Portefeuillehouder(s) wethouder Ankersmit
Taakveld 8.3 Wonen en bouwen

Context 

Woningbouwambitie 

De gemeenteraad heeft het gemeentelijk woningbouwprogramma vastgesteld op 2500 woningen van 2025 tot en met 2035. Deze ambitie komt overeen met de afspraken die wij met het Rijk en provincie hebben gemaakt in de Woondeal 1.1. In de Woondeal 1.1 is vastgelegd dat er woningen in onze gemeente nodig zijn voor de autonome behoefte met een accent op ouderen en starters, de instroom van arbeidskrachten én van woningzoekenden die zich uit andere delen van het land in de Achterhoek willen vestigen. Doel van de ambitie is het versterken van de sociaaleconomische ontwikkeling van de regio, behouden en bevorderen van de leefbaarheid en het stimuleren van een meer evenwichtige bevolkingsopbouw. 

Huisvesting aandachtsgroepen 

Naast de reguliere woningbouw is ruimte nodig voor het huisvesten van zogenaamde aandachtsgroepen: dak- en thuislozen, spoedzoekers, ex-GGZ-cliënten, statushouders en vluchtelingen. In regionaal verband hebben wij hiervoor het uitvoeringsprogramma 'Wonen, welzijn en zorg' opgesteld. Bij de uitvoering daarvan werken wij intensief samen met de wooncorporatie en de zorginstellingen. Bij de huisvesting van aandachtsgroepen gaat het niet alleen om de woning, maar ook om de woonomgeving en de aanwezigheid van passende welzijns- en zorgvoorzieningen. We doen dit op basis van een goede verdeling van inwoners uit deze aandachtsgroepen over de regio. 

Woonzorgzones 

De sterke groei van het aantal ouderen vraagt om zowel aanzienlijke nieuwbouw als om transformatie van bestaande bouw om deze geschikt te maken. Met het inrichten van woonzorgzones proberen we de huisvesting zoveel mogelijk dichtbij belangrijke voorzieningen te organiseren. Met woonzorgzones brengen we formele en informele verbanden samen.  En willen we oudere inwoners zoveel als mogelijk de gelegenheid geven om zelfstandig te blijven wonen. De principes berusten op het versterken van de sociale basis in wijken en buurten. 
Hierbij werken we intensief samen met zorginstelling Azora en woningbouwcoöperatie Wonion. Een gezamenlijke 'buurtverbinder' fungeert in de woonzorgzones als aanspreekpunt voor inwoners die hulp of zorg nodig hebben. De buurtverbinder gaat in gesprek met ouderen en andere inwoners om te inventariseren welke ondersteuning nodig is en hoe deze kan worden geboden. In Ulft is een buurtverbinder gestart.

Starters, sociale huur en sociale koop 

Voor starters op de woningmarkt is het belangrijk dat er meer sociale huurwoningen komen, maar ook meer goedkope koopwoningen.  Aanvullend op sociale huurwoningen bouwen we 10 procent betaalbare koopwoningen om vooral starters de kans te geven een huis te vinden. 

Bovenstaande onderwerpen komen terug in het op te stellen volkshuisvestingsprogramma. Dit is een programma in de zin van de Omgevingswet. Het volkshuisvestingsprogramma geeft invulling aan de grondwettelijke taak van de overheid om te zorgen voor voldoende woongelegenheid. Het programma bevat strategische beleidskeuzes, maar is vooral gericht op de regie en de uitvoering. Dit betekent dan ook dat we in het programma duidelijk aangeven hoeveel woningen we gaan bouwen, welke plekken daarvoor het meest geschikt zijn en voor welke doelgroepen we dit doen. We stellen het programma conform de wet vast voor 01-07-2027.   
Met het volkshuisvestingsprogramma bieden we de duidelijkheid die overheden, wooncorporaties en marktpartijen nodig hebben om de woningbouwopgave in de komende 10 jaar (met een doorkijk over daarna) op te pakken en te realiseren. Het programma vervangt de Woonvisie van 2018.  Deze dateert uit een periode van krimp en is daarom niet meer actueel.  

Uitvoering 2027

De woningbouwopgave vraagt om een structurele en consistente inzet van de gemeente. Deze loopt en hiermee gaan wij de komende jaren verder. De stap van planvorming naar realisatie duurt meerdere jaren.

Subdoel Realiseren van uitleglocaties en inbreidingen
Prestaties

De uitleglocaties de Tuit, Lenteleven en Biezenakker vorderen goed. De omgevingsplannen voor deze grote woningbouwlocaties zijn vastgesteld; in 2025 voor de Tuit en 2026 voor Lenteleven en Biezenakker. De eerste fases voor de Tuit leveren we in 2027 bouwrijp op. Bij Lenteleven en Biezenakker starten we met bouwrijp maken in 2027. 

Voor de andere twee uitleglocaties Voorbroek en 't Hiddink zit de planvorming nog in een eerdere fase. In 2027 nemen we besluiten over deze plannen. 

Verschillende inbreidingslocaties zoals de Wesenthorst en de Keurkamer krijgen vorm waarbij we stapsgewijs toewerken naar de realisatie. In 2027 stellen we voor beide projecten het omgevingsplan op. 

Subdoel Voorbereiden van planvorming extra locaties 
Prestaties
Naast uitleglocaties en inbreidingen die nu gerealiseerd worden, maken we in 2027 een plan voor extra inbreidings- en uitbreidingslocaties. Deze hebben we nodig om ons doel van 2.500 nieuwe woningen te realiseren.  
 

Voor de realisatie van extra woningen gebruiken we bestaande regels, zoals de lokale kwaliteitscriteria, maar ook aanvullend beleid zoals "een straatje erbij". Het is belangrijk dat we werken aan een constante bouwstroom, afstemming met de markt en aansluiting op de regionale en lokale woningbehoefte.

Subdoel  Opstellen van het volkshuisvestingsprogramma
Prestaties
We stellen het volkshuisvestingsprogramma op. Dit is een van onze opgaves, na het in werking treden van de "Wet versterking toezicht op de volkshuisvesting" per 01-07-2026. 
Subdoel  Opstellen van een huisvestingsverordening
Prestaties

We stellen een huisvestingsverordening vast voor 01-01-2028.

Onderdelen zijn: een urgentieregeling voor aandachtsgroepen, een fair-share verdeling van woningzoekenden over de regio en het instellen van een regionaal orgaan voor het stellen van urgenties voor woningtoewijzing. De aandachtsgroepen die voor een urgentie in aanmerking komen zijn in de Wet versterking toezicht op de volkshuisvesting opgenomen. 

Subdoel We onderzoeken de mogelijkheden voor een leegstandsverordening
Prestaties

We onderzoeken in 2026 of een leegstandsverordening kan bijdragen aan het verminderen van leegstand en het versnellen van de woningbouw. Hiermee voeren we de motie 'leegstandsverordening’ uit. De uitkomst van dit onderzoek is bepalend voor de mogelijke vervolgstappen. 

Monitoring 

Over de voortgang van de woningbouw leggen wij in het kader van de woondeal periodiek verantwoording af aan de provincie Gelderland. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks een rapportage met daarin de voortgang van de woningbouw. Op basis van de uitkomsten kan, indien noodzakelijk, bijsturing plaatsvinden. 

1.4 Een vitaal buitengebied

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties - 1.4 Een vitaal buitengebied

Doelomschrijving
Een vitaal, leefbaar en toekomstbestendig buitengebied, met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen.

Termijn Lang
Primair SDG doel
Secundaire SDG doelen
Portefeuillehouder(s) wethouder Hunting (Vitaal buitengebied) en wethouder Ankersmit (Aanpak droogte)
Taakveld 8.1 Ruimte en leefomgeving

Context

In het buitengebied komen de opgaven voor landbouw, landschap, natuur, vrijetijdseconomie en wonen samen. In 2023 is bestuurlijk besloten aan de slag te gaan met het lokaal programma Vitaal buitengebied. Met dit programma vertalen we de landelijke, provinciale en regionale opgaven op het gebied van landbouw, landschap, natuur en water naar de lokale context. Ook geven we invulling en uitvoering aan onze eigen ambities voor een toekomstbestendige agrarische sector op erfniveau, een gevarieerd landschap en veerkrachtige natuur, een gevarieerde vrijetijdseconomie en goed wonen in het buitengebied. Dit doen we samen met medeoverheden, gebiedspartners en onze eigen gemeenschap, juist vanuit de brede kennis, expertise en innovatiekracht die lokaal en regionaal al aanwezig is. Het programma is onder de Omgevingswet het geschikte instrument om ambities te vertalen naar maatschappelijke doelen, acties en beleidskeuzes die nodig zijn om tot resultaat te komen. In 2026 wordt de startnotitie voor het programma Vitaal buitengebied vastgesteld.

De basis voor het programma is inmiddels gelegd. Zo is zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie bekendheid gegeven aan en draagvlak gecreëerd voor het programma, zijn voorbereidingen getroffen, en zijn de nodige onderzoeken gedaan. Zo had het Kadaster al een gebiedsanalyse uitgevoerd die inzicht geeft in kansen en knelpunten voor de agrarische sector. Eveneens wordt er momenteel een verdiepende analyse voor de Oude IJssel uitgevoerd die gericht is op maatregelen om droogteschade tegen te gaan zonder de kans op wateroverlast te vergroten.

Inmiddels stellen Rijk en provincie concrete doelen op gebied van landbouw, landschap en natuurherstel en is de Aanpak Droogte klaar voor de volgende stap. In 2025 hebben alle samenwerkingspartners zich met de Bestuurlijke Overeenkomst Aanpak Droogte en Wateroverlast Achterhoek en Liemers gecommitteerd aan het agenderen van en het investeren in projecten en gebiedsprocessen, om vanaf 2028 aan de slag te gaan met de uitvoering. Deze ontwikkelingen vragen om de uitvoering vanuit en dus de opstart van ons lokaal programma Vitaal buitengebied.


Uitvoering 2027

Subdoel  Opstellen van het programma Vitaal buitengebied.
Prestaties

Onderzoeken welke nationale, provinciale en regionale ontwikkelingen in het landelijk gebied de kaders vormen voor onze lokale ambities en doelstellingen in het buitengebied.

Opstellen van een participatieplan en uitvoeren van de eerste stappen van het participatieplan, met inwoners, ondernemers, organisaties en gebiedspartners.

Ontwikkelen van de programmavisie Vitaal buitengebied, waarin we ambities vertalen naar langetermijndoelen. De programmavisie draagt ook bij aan de gemeentelijke omgevingsvisie.

Uitwerken van de programmavisie naar een programmaplan met concrete doelstellingen per deelgebied voor de eerste programmaperiode, en de benodigde inspanningen, investeringen en afspraken met betrokken partijen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken. 

Subdoel Voortzetten van lopende regionale en lokale ontwikkelingen
Prestaties

Input leveren voor projecten en gebiedsprocessen voor de eerste uitvoeringsperiode (2028-2034) van de Aanpak Droogte, aan de hand van de in 2026 vastgestelde Meerjareninvesteringsagenda.

Onderzoeken van kansrijke locaties voor iconische routebeleving met buurgemeenten, zoals de Halse Rug. En versterken het landschap langs deze routes met de RES-gelden (Regionale Energiestrategie). 

Uitvoering geven aan de aanlegsubsidie Landschap en biodiversiteit, en de Boscompensatieregeling van Rijkswaterstaat.

Subdoel

Anticiperen op het nationale Natuurplan dat uitvoering geeft aan de Natuurherstelverordening en daarmee gevolgen heeft voor gebruik, inrichting en beheer van het buitengebied.

Prestaties

We starten met de revitalisatie van onze grotere bossen, zoals Idinkbos, Engbergen, de Paasberg en Vennebulten, op basis van de in 2026 opgeleverde bosinventarisatie;

Starten met lokale maatregelen en onderzoeken van onze rol in de regionale samenwerking rond natuurbrandbeheersing.

 Monitoring

Datagedreven werken maakt het mogelijk om de huidige situatie in beeld te brengen en de ontwikkelingen te monitoren. Hiermee herkennen we kansen en knelpunten die richting geven aan verdere beleidsontwikkelingen. Zo worden het aantal en type (agrarische) bedrijven, landgebruik in brede zin, en de kwantiteit en kwaliteit van groenblauwe dooradering gemonitord.

Zodra concrete, meetbare doelen in het programmaplan zijn vastgesteld, wordt gemonitord of inspanningen daadwerkelijk bijdragen aan de doelstellingen. Ook evalueren we of het programma op koers ligt. Zo wordt duidelijk of er meer, minder of andere maatregelen nodig zijn, of dat we de ambities in de omgevingsvisie moeten bijstellen.

1.5 Klimaatadaptieve groene kernen

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties - 1.5 Klimaatadaptieve groene kernen

Doelomschrijving

We werken  aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving in de kernen, door te zorgen dat klimaateffecten van hitte en wateroverlast binnen streefwaarden blijven.

Termijn Lang
Primair SDG doel
Secundaire SDG doelen
Portefeuillehouder(s) wethouder Hunting
Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Context

In de afgelopen jaren hebben we de risico’s van klimaatverandering voor onze inwoners, wateroverlast, droogte en hittestress, in beeld gebracht. Daarnaast zijn streefwaarden ontwikkeld en vastgesteld voor hitte, wateroverlast en groen in onze kernen. Op basis van deze streefwaarden zijn alle woonkernen in de gemeente geanalyseerd. Er zijn 14 locaties in bestaand bebouwd gebied gedefinieerd waar meerdere streefwaarden worden overschreden.

In het coalitieprogramma 2026-2030 is beschreven dat we het beleid uit de Klimaatagenda verder uitwerken. En dat klimaatadaptatie een vast onderdeel wordt van ruimtelijke plannen, waarbij per ontwikkeling een zorgvuldige en haalbare afweging wordt gemaakt.  

Dit programmaonderdeel is niet gericht op nieuwe ruimtelijke plannen, maar op bestaand bebouwd gebied waarvan bekend is dat maatregelen nodig zijn om aan de vastgestelde streefwaarden te voldoen. We weten dat in bestaand bebouwd gebied op enig moment een (forse) investering nodig is. Tegelijk verandert de leefomgeving voortdurend en blijft ook het klimaat merkbaar veranderen. Dat betekent dat we niet alleen aan de slag moeten met de 14 gedefinieerde locaties. Maar we moeten ook alert blijven op locaties waar, door veranderingen in de omgeving of door bijvoorbeeld demografische veranderingen, ook streefwaarden worden overschreden. In 2025 hebben we ervoor gekozen om de Klimaatagenda uit te werken tot een programma. Dit om de verschillende activiteiten binnen de thematische opgave om de leefomgeving klimaatadaptief in te richten, vorm te geven en onderling af te stemmen.

Een programma kenmerkt zich door een startnotitie, programmavisie en een programmaplan. Daarbij bakent de startnotitie de reikwijdte van het programma af, wordt in de programmavisie het globale langetermijndoel vastgelegd en geeft het programmaplan aan welke stappen richting dat langetermijndoel gedurende de programmaperiode worden gezet en welke concrete, meetbare doelen daar voor die periode bij horen.

De programmavisie draagt ook bij aan de gemeentelijke omgevingsvisie. Deze werkwijze sluit aan bij de beleidscyclus die de Omgevingswet voorschrijft en maakt het mogelijk om op meerdere momenten bij te sturen op inhoud en detailniveau en geeft inhoudelijke commitment voor de duur van het programma. Dat commitment is de grondslag voor het aanvragen van de benodigde investeringen. Waarbij we vanzelfsprekend ook waar mogelijk gebruik maken van subsidiemogelijkheden. Helderheid over het inhoudelijke commitment geeft daarnaast ook helderheid wat we (in de lopende programmaperiode) niét gaan doen. Op deze manier blijft het globale langetermijndoel van klimaatadaptatie, het beschermen van de inwoners tegen de gevolgen van hitte, wateroverlast (en overstroming) en droogte behouden, maar worden aan dat globale doel concrete en meetbare doelstellingen voor de lopende programmaperiode verbonden.

Het langetermijndoel voor dit programma komt voort uit het nationale Deltaprogramma (in 2050 moet Nederland waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht). De opzet en inhoud van het programma stemmen we af op de Bestuurlijke visie op samenwerken aan water Achterhoek+ 2024, die Oude IJsselstreek mede ondertekend heeft.

Uitvoering 2027

 
Subdoel

Opstellen van een programma klimaatadaptatie

Prestaties

In 2027 krijgt het gemeentelijke programma klimaatadaptatie stapsgewijs vorm, van startnotitie via programmavisie naar programmaplan.

Monitoring

In het vakgebied klimaatadaptatie heeft monitoring een bijzondere rol. Dat heeft zowel te maken met de vraag wat een klimaatadaptieve inrichting precies is, als met de vraag hoe kan worden gemeten hoe klimaatadaptief een locatie is. Daarom kijken we bij het programmatisch werken ook vanaf de start wat en hoe gemonitord kan worden. Hierbij is het uitgangspunt dat we zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande instrumenten en bronnen, waaronder het regionale samenwerkingsverband DataLabGO.

1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Doelen en acties - 1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken

Doelomschrijving

Wij werken aan een duurzame en toekomstbestendige gemeente. Dit doen we door het fossiele energiegebruik te verminderen én het inzetten van duurzame energiebronnen. De focus ligt hierbij op de gebouwde omgeving én de opwek van duurzame energie. We faciliteren initiatieven die bijdragen aan de energietransitie en ondersteunen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Als gemeentelijke organisatie geven we het goede voorbeeld.

Termijn Lang
Primair SDG doel
Secundaire SDG doelen
Portefeuillehouder(s) wethouder Hunting
Taakveld 8.3 Wonen en bouwen

Context

Het Nationaal Klimaatakkoord van 2019 is afgesloten om klimaatverandering te verminderen. Nationaal is het doel gesteld om in 2030 55 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Daarnaast is het doel om in 2050 de energietransitie van fossiele energie naar hernieuwbare energie te hebben voltooid.  Deze nationale doelstelling is regionaal bekrachtigd in het derde Akkoord van Groenlo. Gemeenten moeten uitvoering geven aan dit klimaatakkoord voor de thema’s: elektriciteit en gebouwde omgeving. Denk hierbij aan het verduurzamen van de bestaande (woning)bouw en het opwekken van duurzame energie ter vervanging van fossiele energie. 

Het klimaatakkoord is regionaal vertaald in het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2024-2030. Hierin zijn de doelen voor de Achterhoek gekwantificeerd. In dit programma zijn integraal opgenomen de Regionale Energiestrategie (RES 2021) voor de opwek van duurzame energie en de gemeentelijke Transitievisie warmte (TVW 2021).

Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2024-2030 is in 2026 gemonitord. De monitoring geeft aan in welke mate we de kwantitatieve doelen van het gehele programma halen. Ook geeft het aanbevelingen voor de komende jaren. Op specifieke onderdelen worden de resultaten in voortgangsrapportages bijgehouden, zoals bij het energieloket en de RES. 

Ook werkt de RES Achterhoek organisatie aan het opstellen van een Regionaal Programma Energiesystemen (RPE). Energie heeft in de toekomst een meer integrale benadering nodig, waarbij gekeken wordt naar de samenhang van de verschillende onderdelen van het energiesysteem zoals opwek zon en wind, warmte, groene moleculen (zoals waterstof), infrastructuur, besparing en innovaties.  Een Regionaal Programma Energiesystemen is een van de manieren om de netcongestie te verminderen. 

Eind 2024 hebben we het regionale programma uitgewerkt voor onze gemeente in het Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2024-2030.  Het resultaat dat we nastreven is, net als in het regionale programma, duidelijk weergegeven in cijfers. Het regionale en gemeentelijke uitvoeringsprogramma lopen tot en met 2030. 

De afgelopen jaren hebben we diverse specifieke uitkeringen (SPUK's) van het Rijk gehad voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Er is budget voor (extra ambtelijke) capaciteit én voor specifieke maatregelen binnen de energietransitie zoals subsidies voor woningisolatie en het verminderen van energiearmoede. Deze budgetten verantwoorden we aan het Rijk.


Uitvoering 2027

Het doel dat we nastreven is duidelijk weergegeven in cijfers in het Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2024-2030.  We willen dit doel halen door het uitvoeren van verschillende projecten en activiteiten, ingedeeld in thema's (duurzaam wonen, duurzame gebouwen (niet woningen) en duurzame opwek). De voortgang van het Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2024-2030 monitoren we elke 2 jaar.  

Subdoel  Thema duurzaam wonen: het verduurzamen van de woningvoorraad (55% CO2 besparing in 2030 ten opzichte van 1990, en energieneutraal in 2050) 
Toelichting

Het gaat om het beperken van de warmtevraag van huishoudens (door isolatie), en daarnaast het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame energie. Denk bijvoorbeeld aan warmtepompen als duurzame warmtebron en zonnepanelen voor duurzame elektriciteit. 

De gemeente helpt huishoudens hierbij. Woningcoöperatie Wonion neemt de huursector grotendeels voor haar rekening. De gemeente richt zich op alle particuliere woningeigenaren. We werken bij de aanpak voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving steeds intensiever samen met de regiogemeenten en ons gezamenlijke Energieloket Achterhoek. Hierdoor kunnen we efficiënter en effectiever werken.

Prestaties

We maken het verplichte Warmteprogramma. Dit is de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW). In het warmteprogramma leggen we vast hoe de gemeente van het aardgas af gaat. De alternatieven van het aardgas maken we inzichtelijk en we maken een planning. Het Warmteprogramma is een programma onder de omgevingswet en wordt onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie.

We ondersteunen particuliere eigenaren bij de verduurzaming van hun huis via het Energieloket Achterhoek, subsidieregelingen en de aanpak energiearmoede. De resultaten worden bijgehouden.

Afronden van de verkenningsfase voor een warmtenet bij de RZWI (rioolwaterzuiveringinstallatie) voor Etten, Terborg en Gaanderen. Het Rijk en de provincie onderzoeken manieren om de financiële haalbaarheid voor warmtenetten te verbeteren. Deze ontwikkelingen zijn van belang om een besluit te nemen voor een volgende fase.

De verduurzaming van de gebouwde omgeving botst soms met de bescherming van de flora en fauna zoals vastgelegd in de Omgevingswet. Om inzicht te krijgen, gaan we beginnen met het maken we een pré-SMP (soortenmanagementplan) en een SMP.

 

Subdoel

Thema duurzame gebouwen (niet-woningen): verduurzamen van alle gebouwen die geen woningen zijn (55% CO2 besparing in 2030 ten opzichte van 1990 en energieneutraal in 2050).

Toelichting

Dit thema richt zich op alle gebouwen die geen woningen zijn, zoals bedrijfsgebouwen (kantoren), maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed (zoals scholen en sportaccommodaties). Ook deze gebouwen moeten, net als woningen, de fossiele energie uitfaseren voor 2050. Bedrijven krijgen hierbij onze ondersteuning via ons regionale Duurzaam Ondernemerscentrum Achterhoek (DOA). De inkoop en verduurzaming van de gemeentelijke energie blijft bij AGE B.V.

Prestaties

Samen met de regiogemeenten ontwikkelen we een aanpak om de verschillende sectoren van bedrijven en maatschappelijk vastgoed (gebouwen, niet woningen) beter te bereiken.  Deze aanpak rollen we uit. 

We maken een routekaart voor het toekomstbestendig maken van onze gemeentelijke gebouwen. Uiterlijk moeten in 2050 alle panden van het aardgas af. Dit is een opgave van het Rijk. We willen dit stap voor stap aanpakken en daarom gaan we in 2027 ook aan de slag met een of enkele gebouwen.

Het overige maatschappelijk vastgoed zoals scholen en accommodaties van sportverenigingen moet ook uiterlijk in 2050 aardgasloos zijn. We gaan in gesprek met de diverse partijen, stimuleren en assisteren de eigenaren en gebruikers van deze gebouwen bij deze opgave.

 

Subdoel

Thema duurzame opwek (en opslag): we voldoen aan de RES-doelstelling in 2030

Toelichting

De RES-doelstelling houdt in dat de Achterhoek in 2030 1,35 TWh per jaar aan duurzame energie opwekt. In de RES 2.0 (vastgesteld in 2026) is afgesproken dat dit gebeurt met:

·         0,350 TWh zon op gebouwen

·         0,735 TWh windenergie

·         0,265 TWh zon op land

Prestaties

We herijken het gemeentelijk beleid voor de opwek van duurzame energie uit 2019/2020.

We hebben nog een extra windopgave uit de RES 2.0 van 0,132TWh aan windenergie te realiseren. Dit komt overeen met ongeveer 1 windmolen. We zijn betrokken bij het windmoleninitiatief van de gemeente Montferland. Een van de molens komt waarschijnlijk op het grondgebied van onze gemeente. Met deze molen kunnen we onze windopgave uit de RES 2.0 invullen.

De opgave voor zon op gebouw (uit de RES) blijft groot.  Het realiseren hiervan is moeilijker geworden vanwege de netcongestie. We onderzoeken wat er wel kan.

Subdoel

Energietransitie: we werken samen met het Rijk en Liander aan voldoende netcapaciteit voor iedereen.

Toelichting

Voor woningbouw wordt netcapaciteit een vroeg ruimtelijk en planologisch aandachtspunt. Als gemeente kunnen wij vanaf 1 oktober 2026 al tot 10 jaar vóór oplevering netcapaciteit aanvragen voor geplande woningbouw. Projecten moeten beter worden gefaseerd en voorbereid, met inzicht in benodigde capaciteit. Tegelijk blijft het risico bestaan op vertraging als lokale netten niet tijdig worden verzwaard. Netbewuste nieuwbouw en tijdige afstemming met netbeheerders is dus essentieel!

Voor bedrijven komen er meer routes dan alleen “wachten op volledige aansluiting”. Beschikbaarheid blijft wel sterk afhankelijk van locatie en flexibiliteit in het energiegebruik.

Prestaties

We doen een netcongestie onderzoek om meer zicht te krijgen op de knelpunten. Bij netcongestie wordt gezocht naar oplossingen. Mogelijkheden zijn energiehubs (energiedelen), het inzetten van flexibel vermogen en opslag.

We vragen actief netcapaciteit aan voor geplande woningbouw.

We blijven actief betrokken bij het zoeken naar oplossingen voor netcongestie.

Monitoring 

Er zijn landelijk, regionaal en lokaal duidelijke doelen vastgelegd. Om de doelen te halen, is het monitoren belangrijk

Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietranstie en de RES
In 2026 is de eerste monitoring van de het Regionale Uitvoeringprogramma Energietransitie vastgesteld. Er zijn voorstellen gedaan voor aanpassingen. Het regionale programma heeft een directe lijn met ons gemeentelijke programma.

In 2027 monitoren we het Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2024-2030.  Hiervoor maken we onder andere gebruik van het regionale dashboard. Aan de hand van deze monitoring doen we voorstellen voor aanpassingen. Ook komt er in 2027 een nieuwe voortgangsrapportage RES. De voortgang van de RES-Achterhoek wordt elke twee jaar gemonitord.

Raadsplanning

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Raadsplanning
Onderwerp Kwartaal Horend bij doel

Nota Grondbeleid

Q2

Paragraaf Grondbeleid

Onderzoek naar de inrichting van de Debbeshoek, Frank Daamenstraat en Dr. Ariënsstraat in Ulft

Q4

1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid

Onderzoek naar de toekomstige inrichting onderzoeken van de doorgaande wegen in Terborg en Silvolde

Q4

1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid

Volkshuisvestingsprogramma

Q2

1.3 Een thuis voor iedereen

Huisvestingsverordening

Q1

1.3 Een thuis voor iedereen

Programma Vitaal buitengebied.

Q3

1.4 een vitaal buitengebied

Programma klimaatadaptatie

Q3

1.5 Klimaatadaptieve Kernen

Warmteprogramma

Q4 1.6 Minder energie gebruiken, meer duurzame energie opwekken

Beleid duurzame opwek

Q3 1.6 Minder energie gebruiken, meer duurzame energie opwekken

(warmtenet RWZI/ als het proces verder gaat, nog in onderzoeksfase))

  1.6 Minder energie gebruiken, meer duurzame energie opwekken

Windpark AZUM (met gemeente Montferland)

Q1

1.6 Minder energie gebruiken, meer duurzame energie opwekken

 

Wat kost het?

Terug naar navigatie - Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is - Wat kost het?
Programma 1 (x 1.000) Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Lasten
Bestaand beleid 47.549 45.985 49.692 49.528 49.378
Beleidsmatige ontwikkelingen - 158 180 235 422
Autonome ontwikkelingen - 1.811 1.705- 1.234 1.650
Totaal lasten 47.549 47.954 48.168 50.998 51.450
Baten
Bestaand beleid 26.325 25.755 29.018 29.292 29.292
Beleidsmatige ontwikkelingen - - - - -
Autonome ontwikkelingen - 86- 2.146- 78- 248
Totaal baten 26.325 25.669 26.872 29.215 29.540
Totaal programma 1 21.224- 22.286- 21.296- 21.783- 21.909-
inclusief:
Afschrijvingen/Rente 8.058 7.839 8.634 9.511 9.926
Verdeling interne kosten 11.887 10.742 10.725 10.561 10.411
Totaal 19.945 18.582 19.359 20.072 20.337