Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen of bestemmingsreserves zijn gevormd of die niet zijn verzekerd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.
Weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen dan wel bezuinigingen door te voeren. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die éénmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.
Onderstaande tabel bevat het overzicht van de verwachte (incidentele) weerstandscapaciteit per begin van het boekjaar 2027.
Weerstandscapaciteit (x € 1.000)
|
Bedrag |
| a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) |
50 |
| b. Algemene reserves (incl. resultaat) |
31.890 |
| c. Bestemmingsreserve SD |
3.017 |
| Totaal weerstandscapaciteit per 1-1-2027 |
34.957 |
Toelichting
A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 50.000 opgenomen.
B. Algemene reserve
Algemene reserve (x 1.000)
|
Werkelijke stand 31-12-2025 |
Begrote stand 1-1-2027 |
Begrote stand 31-12-2027
|
| Algemene reserve |
29.519 |
31.890 |
35.371 |
C. Bestemmingsreserve SD
Bestemmingsreserves worden in principe niet meegenomen bij de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit, omdat deze middelen een specifieke bestemming hebben. Bij deze begroting wordt voorgesteld de bestemmingsreserve Sociaal Domein per 31 december 2026 op te heffen en het beschikbare saldo toe te voegen aan de algemene reserve. Het saldo wordt daarmee onderdeel van de vrij beschikbare middelen en wordt daarom meegenomen als beschikbare weerstandscapaciteit.
Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de maximale financiële impact.
De komende jaren werken we aan het verbeteren van ons risicomanagement, als onderdeel van de versterking van de algehele interne beheersing. Dit kan leiden tot aanpassing van de in deze paragraaf genoemde risico's. Voor dit moment hebben we ervoor gekozen om de bestaande risico-inschatting grotendeels in stand te laten, gebaseerd op de inschatting bij de jaarrekening 2025. Daarop zijn enkele actualisaties toegepast.
De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek over 2027( x 1.000)
| Risico's |
Financiële impact |
Kans van voordoen |
Kans x impact (risico begroting 2027) |
| 1. Schadeclaims |
400 |
10% |
40 |
| 2. Eigendommen |
450 |
50% |
225 |
| 3. Personeel/inhuur |
1.000 |
60% |
600 |
| 4. ICT |
4.000 |
40% |
1.600 |
| 5. Bedrijfsvoering overig |
1.200 |
50% |
600 |
| 6. Bestuursdwang / proceskosten |
300 |
40% |
120 |
| 7. Renterisico |
1.000 |
40% |
400 |
| 8. Algemene uitkering |
1.500 |
50% |
750 |
| 9. Grondexploitatie |
6.489 |
- |
6.489 |
| 10. Verbonden partijen |
7.164 |
15% |
1.075 |
| 11. Sociaal domein |
4.000 |
50% |
2.000 |
| 12. Garant- en borgstellingen |
228.136 |
1% |
2.281 |
| 13. Overige factoren |
5.000 |
40% |
2.000 |
| 14. Stichting DRU Industriepark |
1.774 |
50% |
887 |
| Totaal |
262.413 |
|
19.067 |
Hiervan kan de volgende risicografiek worden gemaakt, waardoor duidelijk wordt wat de belangrijkste risico's zijn.

Hierbij gaan we uit van de volgende classificaties:
| Financiële impact (in euro) |
|
Kans van voordoen |
| zeer laag |
< 0,1 mln |
zeer laag |
< 10% |
| laag |
0,1 mln - 0,5 mln |
laag |
10%-30% |
| gemiddeld |
0,5 mln - 1 mln |
gemiddeld |
30%-70% |
| hoog |
1 mln - 3 mln |
hoog |
70%-90% |
| zeer hoog |
3 mln - 10 mln |
zeer hoog |
> 90% |
| extreem |
> 10 mln |
|
|
Algemeen beeld
In de jaarrekening 2025 is de hoogte van het risicobedrag toegenomen ten opzichte van de begroting 2026. Ook in de begroting 2027 is sprake van een verdere toename van het risicobedrag. Belangrijk hierbij blijft dat het inschatten van risico's een grote mate van subjectiviteit kent. Het gaat dan ook meer om welk beeld uit de risicoanalyse naar voren komt dan de exacte getallen. De komende jaren willen we het risicomanagement versterken en deze paragraaf verder ontwikkelen.
Onderstaand een toelichting op de verschillende risico's, waarbij de nummers verwijzen naar de nummering in bovenstaande risicotabel.
Toelichting risico's
1. Schadeclaims
Dit betreft onder andere aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen.
2. Eigendommen
We hebben een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. Daarnaast is sprake van achterstallig onderhoud op het gemeentehuis: vervanging van het dak en technische installaties zijn niet opgenomen in het meerjarenonderhoudsplan.
3. Personeel/inhuur
Het wordt steeds moeilijker om bepaalde vacatures te vervullen. Er zijn niet/ zeer moeilijk mensen meer te vinden. Dat kan leiden tot hogere personeelslasten, omdat er meer extern moet worden ingehuurd/ingekocht. Op dit moment is de markt dusdanig, dat zelfs dit niet meer altijd lukt, wat ook maakt dat de tarieven zeer sterk zijn gestegen. Dit leidt, naast extra kosten, ook tot een nog hogere druk op de staande organisatie, wat vervolgens tot hoger ziekteverzuim kan leiden.
4. ICT
De risico’s ten aanzien van ICT worden de komende jaren steeds groter met betrekking tot bijvoorbeeld hacks, ransomware, DDOS-aanvallen. Natuurlijk zijn er de nodige maatregelen genomen om hackers zoveel mogelijk te weren, en worden medewerkers regelmatig gewaarschuwd om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, maar hackers zijn inventief en bedenken telkens nieuwe wegen om de beveiliging te omzeilen. De financiële gevolgen van een hack kunnen groot zijn. Ook zien we dat de afhankelijkheid van Amerikaanse bedrijven groot is (bijvoorbeeld voor cloud-oplossingen), wat in het huidige geopolitieke klimaat extra risico's met zich meebrengt.
5. Bedrijfsvoering overig
De post bedrijfsvoering overig betreft tot slot een aantal specifieke risico’s:
• Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww.
• Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders.
• Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders.
• Schadeclaim afgesloten bouwgrondexploitatie Centrumplan Ulft. Deze claim loopt in 2027 af en er wordt actief ingezet op het beëindigen ervan.
6. Bestuursdwang
Bestuursdwang is een bestuursrechtelijk handhavingsmiddel waarbij we een overtreding ongedaan maken op kosten van de overtreder. We lopen een risico dat we bepaalde kosten niet kunnen verhalen op derden. Ook lopen we een risico als achteraf zou blijken dat een bestuursdwangbesluit onrechtmatig was, dan moeten we proceskosten en soms ook schadevergoeding betalen.
7. Renterisico
Met name door de situatie in Oekraïne zijn de rentetarieven voor langlopende leningen in 2022 en 2023 in korte tijd zeer sterk gestegen. In de begroting 2024 was dit risico fors verhoogd. Destijds werd gerekend met een gemiddeld rentetarief van 2%, terwijl de werkelijke rente ruim boven 3,5% lag. De rentetarieven zijn de afgelopen jaren gestabiliseerd, maar blijven onderhevig aan marktontwikkelingen. Voor de begroting 2027 blijft het risicobedrag ongewijzigd.
8. Algemene uitkering
Gezien de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de uitkeringen vanuit het Rijk, bestaat het risico dat de hoogte van de algemene uitkering afwijkt van de bedragen die op basis van de circulaires in de begroting voor de komende jaren zijn opgenomen. Daarnaast bestaat onzekerheid over de ontwikkeling van het Rijksbeleid en de financiering van taken die bij gemeenten worden belegd. Dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en continuïteit van specifieke uitkeringen (SPUK’s), terwijl de uitvoering van deze taken inzet van gemeentelijke capaciteit kan vragen. Wanneer de financiering vanuit het Rijk wijzigt of vervalt, kan dit financiële gevolgen hebben voor de gemeente. De onzekerheid rondom de algemene uitkering blijft bestaan, waardoor het risicobedrag hiervoor ongewijzigd blijft.
9. Grondexploitatie
We houden rekening met de uitkomst van de risicoanalyse van € 6,5 miljoen, zoals opgenomen in de paragraaf ‘Grondbeleid’. Dit risicobedrag is hoger dan bij de jaarrekening 2025, met name doordat het risico voor De Tuit is verhoogd en Biezenakker aan de risicoanalyse is toegevoegd. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf ‘Grondbeleid’.
10. Verbonden partijen
Het risicobedrag is opgenomen voor een deel van de bijdragen aan verbonden partijen. Vanaf 1 januari 2027 treedt de gemeente toe tot Tribuut voor de uitvoering van de gemeentelijke belastingtaken. Hierdoor stijgt de bijdrage aan verbonden partijen. Voor een toelichting op de verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf ‘Verbonden partijen’.
Het risico zit erin dat de bijdrage aan verbonden partijen sterker stijgt dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Daarnaast zijn we afhankelijk van de verbonden partij en mogelijk andere deelnemers om keuzes te maken over de ontwikkeling van de bijdrage. Met name bij de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) is dit een reëel risico. Om te voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria (die gelden vanaf april 2026) is gekozen voor een geleidelijke groei van de gemeentelijke bijdrage en het toewerken naar een fusie met OD Veluwe in 2029. In de begroting 2026 zijn hiervoor voldoende middelen beschikbaar gesteld. De prognose voor de komende jaren is in de begroting 2027 meegenomen. De te verwachten extra kosten zijn daarmee in beeld en verwerkt in de begroting en worden daarom niet afzonderlijk meegenomen als risico voor het weerstandsvermogen.
11. Sociaal domein
De uitgaven die gemoeid zijn met diverse open-einderegelingen in het sociaal domein zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk door de gemeente te beïnvloeden, omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is.
In het sociaal domein blijft sprake van belangrijke ontwikkelingen die kansen en onzekerheden met zich meebrengen. Belangrijke risico’s zijn:
Indexering Sociaal Domein
Het risico betreft de indexering van tarieven van onze samenwerkingspartners. Deze is vooralsnog geschat op ruim € 1 miljoen. De inschatting is gebaseerd op bekende gegevens, zoals begrotingen van verbonden partijen en indexaties die contractueel zijn vastgelegd. Voor het overige deel is grotendeels uitgegaan van de voorlopige OVA-index voor 2027 van 3,74% ten opzichte van de huidige begroting. Hierbij is geen rekening gehouden met een groei of daling van de inzet van voorzieningen. In sommige gevallen kan worden gestuurd op de indexatie van tarieven, waardoor deze lager kunnen uitvallen.
Effect regionale inkoop jeugdhulp met verblijf
De regionale aanbesteding voor jeugdhulp met verblijf is afgerond en per 1 januari 2026 ingegaan. Het betreft pleegzorg, gezinshuiszorg en wonen in een groep. De aanbesteding kent een andere financieringssystematiek en gewijzigde producten. In de begroting 2027 is een bedrag opgenomen op basis van het gebruik in 2025, de beschikbare informatie over 2026 en de geïndexeerde nieuwe tarieven voor 2027. Door de gewijzigde producten is een aanname gedaan over de mix waarin deze tarieven in 2026 van toepassing zullen zijn. Bij het opstellen van de begroting was nog onvoldoende informatie over 2026 beschikbaar om de financiële effecten voor de komende jaren betrouwbaar te voorspellen. Naarmate meer gegevens over de daadwerkelijke inzet beschikbaar komen, kunnen wij de ontwikkeling beter voorspellen en de begroting realistischer opstellen.
Eigen bijdrage jeugdhulp
In de Hervormingsagenda Jeugd is het plan opgenomen om per 2028 een beperkte eigen bijdrage voor sommige vormen van jeugdhulp in te voeren. De opbrengst daarvan is vanaf 2028 al in mindering gebracht op onze uitkering en deels verwerkt in de begroting. Het huidige kabinet heeft deze plannen overgenomen, maar is nog niet met een concrete uitwerking gekomen. Het wetsvoorstel is nog in voorbereiding en het draagvlak in de Tweede en Eerste Kamer is onzeker. Wij volgen de ontwikkelingen met interesse, zodat wij op tijd kunnen beginnen met de uitwerking van het plan.
BUIG nadeelgemeente
De gemeente Oude IJsselstreek is al jaren een zogenaamde nadeelgemeente. Dit betekent dat de gemeente minder BUIG ontvangt dan nodig is om de uitkeringen te betalen. De verwachting is dat dit ook de komende jaren het geval zal zijn. Voor het ontvangen van een vangnetuitkering, om dit nadeel deels te compenseren, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Op voorhand is niet zeker of de gemeente hieraan voldoet.
Opvang ontheemden Oekraïne
De Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) loopt op basis van de huidige besluitvorming tot 4 maart 2028. Daarna is een overgang naar een andere verblijfsregeling noodzakelijk. De wijze waarop deze overgang wordt vormgegeven en de rechten en plichten die daaruit voortvloeien, zijn nog niet definitief vastgesteld.
Voor de gemeente Oude IJsselstreek, waar momenteel circa 300 Oekraïense ontheemden verblijven, kan dit leiden tot een gewijzigde ondersteuningsvraag binnen het sociaal domein, onder andere op het gebied van huisvesting, inkomensondersteuning, zorg, participatie en financiële bijdragen van inwoners. Hierdoor kunnen aanpassingen nodig zijn in gemeentelijke processen, dienstverlening en personele capaciteit. Er is nog onzekerheid over de landelijke regelgeving, de omvang van de gemeentelijke taken en de financiële compensatie.
Transformatieplan Mentaal Gezond Achterhoek – Liemers
Met steun van zorgverzekeraar Menzis en VWS werken gemeenten, huisartsen, ggz-instellingen, welzijnsorganisaties en inwoners samen aan het versterken van de mentale gezondheid in de regio. Het plan wordt gefinancierd vanuit transformatiemiddelen van Menzis (€ 7,87 miljoen) en de Specifieke Uitkering transformatiemiddelen van VWS (€ 7,77 miljoen). De financiering is gebaseerd op kritische prestatie-indicatoren (KPI’s), waarvan vooraf niet duidelijk is of deze binnen de looptijd van het project haalbaar zijn, met name de resultaatgerichte KPI’s.
Het maximale risico voor onze gemeente bedraagt € 768.023. Voor € 192.809 is sprake van een gemiddeld of hoog risico dat een KPI niet wordt behaald en een terugbetalingsverplichting ontstaat. Met de samenwerkingspartners worden afspraken gemaakt om de risico’s te beperken en achterblijvende resultaten tijdig te onderbouwen en bij te sturen.
Rijksbeleid Wmo en hulp bij het huishouden
Het Rijk heeft het voornemen de aanspraak op huishoudelijke hulp binnen de Wmo te beperken en meer verantwoordelijkheid te leggen bij inwoners die de ondersteuning zelf kunnen bekostigen. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage (IVB) in de Wmo is uitgesteld tot 1 januari 2028. Vanaf 2029 is een structurele korting op het gemeentefonds opgenomen die samenhangt met deze voorgenomen hervormingen.
De definitieve uitwerking en financiële gevolgen zijn nog onvoldoende duidelijk. Hierdoor bestaat het risico op een structureel financieel nadeel wanneer de korting op het gemeentefonds eerder of in grotere omvang wordt doorgevoerd dan de daadwerkelijke besparingen. Daarnaast kan het uitstel van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage leiden tot aanhoudende druk op de Wmo-uitgaven. De VNG heeft aandacht gevraagd voor een realistische financiering van de gemeentelijke taken. Zolang hierover geen duidelijkheid bestaat, blijft sprake van een financieel risico met mogelijk een substantieel effect op de meerjarenbegroting.
12. Garant/borgstellingen
Het overzicht van de borg-/garantstellingen die de gemeente heeft afgegeven is opgenomen in de jaarrekening 2025. Het totale bedrag bedraagt € 228 miljoen. De kans dat een beroep wordt gedaan is echter klein, maar 1%.
13. Overige (externe) factoren
Op tal van gebieden loopt de gemeente risico's die niet per post nader gespecificeerd zijn. Een deel hiervan bestaat uit:
• Algehele maatschappelijke en macro-economische (mondiale) ontwikkelingen
• Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen
• Planschade
• Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden
• Leges
• Hypotheken personeel
• Vennootschapsbelasting (VPB)
14. Stichting DRU Industriepark
Voor de Stichting DRU Industriepark staat de gemeente garant voor een kredietfaciliteit bij de BNG (zie het overzicht van borg- en garantstellingen in de jaarrekening 2025). Daarnaast is de Stichting nog steeds huur verschuldigd over 2024 en 2025. Daarom is voor deze 2 jaren bij de jaarrekening 2025 € 760.000 toegevoegd aan de voorziening dubieuze debiteuren. Einde 2025 is een langlopende lening verstrekt á € 100.000. Eind augustus 2026 is besloten om, gezien de liquiditeitspositie van de stichting, nog eens een kortlopende lening á € 250.000 te verstrekken alsmede de huur vanaf juni 2026 op te schorten. In totaal staat er, naar verwachting, einde 2026 een bedrag á € 1.774.000 uit aan lang en kortlopende vorderingen en de garantstelling waarvoor nog geen voorziening is getroffen.